Moeder van 2 liefjes en schrijfster van het boek ‘Wat baby’s nodig hebben’. Echt contact, creatief verbinden en fijngevoelige voelsprieten, beschrijven haar perfect. Ze werkt en schrijft vol passie en haar hart is de richtingbepaler. Haar hoofd echter heeft ook wat in de pap te brokkelen en creëert grote vragen waar Melanie dan het antwoord op gaat zoeken. Zo ontstaan er verbindingen tussen oude en nieuwe ideeën en worden er nieuwe theorieën gevormd. Het verband tussen prikkelverwerking, emotie, ervaring en leren bijvoorbeeld. Of hoe regulatie van je baby zorgt voor hersengroei.

De enorme drang die kinderen hebben om te weten ‘waarom’ is bij Melanie nooit verdwenen. Een beroeps-nieuwsgierige is ze geworden. Met deze wil om te snappen en te verklaren ontstaan er artikelen en boeken.

Melanie heeft haar eigen behandelcentrum in Apeldoorn. Naast haar studie en jarenlange ervaring als behandelaar is zij zich gaan verdiepen in het babybrein en wat baby’s nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Er zijn veel briljante wetenschappers die de één na de andere fantastische en baanbrekende ontdekking hebben gedaan, duizenden puzzelstukjes aan kennis. Melanie heeft al deze kleine wetenschappelijke puzzelstukjes in elkaar gezet en vervolgens gekeken naar het grotere plaatje. Ze is geen wetenschapper, maar Melanie kan iets wat niet iedereen kan of wil doen. De tijd investeren om deze informatie bij elkaar te brengen om vervolgens de wetenschap te vertalen in fijne kennis. Dat resulteerde in het boek ‘Wat baby’s nodig hebben’, dat op zo’n manier geschreven is dat ook de moeder, op van het slaapgebrek, high van de hormonen en onzeker gemaakt door de zoveelste mening, de informatie kan opnemen en toepassen.

Naast het behandelcentrum is er nu ook de begeleiding aan moeders/ gezinnen met baby’s en jonge kinderen. Online en ‘ouderwets’ tegenover elkaar.

Dit wil ik zien!

 

‘Mijn hart klopt sneller wanneer ik merk dat ik zo’n kleintje kan helpen, het is alsof ik de babybrabbels kan vertalen zodat ook papa en mama gaan begrijpen wat er in die kleine drukke hersentjes omgaat.’

 

  ‘Wat bij mij echt hielp? Accepteren dat het shit ging, niet steeds wachten op de dag dat het eindelijk beter zou gaan. Dat gaf zoveel ruimte dat het een stuk makkelijker ging!’